Gemma Geurts, schrijver

Jeugd

Gemma Geurts schreef korte verhalen binnen educatieve publicaties waaronder twee verhalen voor Schatkist van uitgeverij Zwijsen: Kriebelhaartjes & trappelvoetjes en Kleutervrienden. Beide verhalen stonden in de top tien favoriete Schatkistverhalen van de kleuters die leerden lezen met de methode.

Uit: Sophie en de drakentranen

Sophie trok haar veiligheidsgordel los en graaide de landkaart van Finland van haar moeders schoot. Ze legde haar vinger op het balpencirkeltje om de camping die haar ouders uitgekozen hadden en zocht in de omgeving van het cirkeltje naar de blauwe vlekken die water voorstellen. Maar hun camping lag begraven in een groengeel gebied van alleen landbouwgrond en bos zonder meren of plassen.

De teleurstelling golfde door Sophies lichaam en verontwaardigd balde ze haar vuisten. Ze liep rood aan, haalde diep adem, sperde haar mond en stootte een gigantische brul uit. Ze gilde zo hard dat haar keel er pijn van deed. Van schrik verloor haar vader de macht over het stuur en de camper botste tegen de toegangspoort van de camping. Ingesnoerd door zijn veiligheidsgordel gromde haar vader benauwd en hapte haar moeder naar adem. Moeizaam draaiden haar ouders zich om in de strakke riemen en keken vol afschuw naar hun dochter alsof ze een buitenaards insect was. Geschrokken deinsde Sophie achteruit. Haar ouders waren nu wel erg boos op haar.

‘Wat is er nu weer?’ siste haar moeder terwijl ze het medaillon om haar hals vastpakte.


Behalve Sophie en de drakentranen dat september 2019 uit is gekomen, heeft Gemma Geurts een aantal korte kinderverhalen af die liggen te rijpen op de bijna-boeken-plank.

Uit: De Kiekeboe

Uit: De Kiekeboe, een kort verhaal over een minivrouwtje met zo haar eigen oplossing om zich te beschermen tegen de kou

Het vrouwtje heette de Kiekeboe. Wat een vreemde naam, hè? Ik zal je vertellen hoe ze aan die naam kwam.

Het matras van de Kiekeboe was een jutezak gevuld met hooi. Daarop lag een kippenkuiken. Als de Kiekeboe ging slapen, kroop ze dicht tegen het kuiken aan en bedekte zichzelf met zijn dons. Met het diertje als deken bleef ze lekker warm. Zo had ze haar eigen levende donsdeken.

Hoe kwam de Kiekeboe aan haar kuiken? Vond ze het langs de kant van de weg? Of in het bos? Nee, vlakbij haar woonboom stond een boerderij met een kippenhok.

 


Uit: Roze Doekje

Uit: Roze Doekje, een dystopisch sprookje

Er zal eens, ver in de toekomst, een meisje leven dat ze Roze Doekje zullen noemen. Roze Doekje zal met haar ouders in hartje Amsterdam wonen, de stad met haar duizend bruggen over haar grachten. Door de hebzucht van Roze Doekje zal ze haar moeder nooit meer zien en zal haar vader sterven.

In die tijd staat er geen water meer in de Amsterdamse grachten. Ze zijn veranderd in zandkolken, bezaaid met fietswrakken. Alleen door de diepste grachten sijpelt wat drab. Het tekort aan regen is opgelopen tot een miljoen procent en de vooruitzichten blijven somber.

Schuiven naar boven