Gemma Geurts, schrijver

Romans

Eind april 2021 verschijnt: De laatste vier dagen. Een historische roman van Gemma Geurts over de vrijheid van denken. Een thema waarmee mensen in het jaar 1222 worstelden en dat tot op de dag van vandaag actueel is. De doelgroep is (jong) volwassenen.

Nog vier dagen te gaan: op reis voor de koning Hoe ik ook waakte, het liep mis vanaf het moment dat onze koning mijn baas uitleende aan een andere koning. Kom bij me liggen, Isabella, en blijf met je poten uit de buurt van mijn flank, want de wond doet gruwelijk pijn. Geen hond kan op tegen een blank zwaard; Frans of heilig, het maakt geen verschil. Zondag wacht Djibriël zijn eindoordeel. Als hij het door een wonder overleeft en ik niet, moet jij mijn taak overnemen, hem beter beschermen dan ik deed. Daarom vertel ik je over het leven van de stoutmoedige Djibriël d’Al Karaouine. Vandaag is het donderdag, ik heb een kleine vier dagen voor het hele verhaal. Hou je blaf voor je dochterlief en luister.

Gemma schrijft aan een ontwikkelingsroman over een meisje dat opgroeit in het katholieke Brabant van de jaren 50 en 60. Een tijd waarin rolpatronen vastlagen en meisjes voorbestemd waren tot een leven als huisvrouw en moeder en seksisme alledaags was. Onderstaand fragment haalde de longlist voor de Debutantenschrijfwedstrijd 2020 van de stichting Beter Schrijven.

‘Het zesde gebod,’ roept ze tegen de bomen langs de weg. ‘Gij zult niet doodslaan.’ Geldt dat ook voor dieren? En hoe zit het met jagers? Gaan die daarom naar de kerk? Om op voorhand vergiffenis af te smeken voor de zonden die ze die dag zullen begaan?

‘Het vijfde gebod,’ schreeuwt ze tegen de bermen en de sloten. ‘Eert uw vader en uw moeder.’ Ja, ze eert ze, ze doet wat haar ouders zeggen; ze is op weg. Ze slaat linksaf en bokst tegen de wind op die vlagen roet van de hooiberg met zich meevoert. Ze telt de zijwegen en ze slaat de vierde in.

‘Wâ komde gij doen durske?’ De kippenboer staat wijdbeens in de deuropening van de hooischuur.

Durske? Is ze een doosje? Om iets in te stoppen?

Met een grijns op zijn gezicht en zijn handen diep weggestopt in de zakken van zijn overall staat hij voor haar op zijn afgesleten klompen vol kippenstront en stro.

‘Honderd kuikens voor de nertsen van meneer De Wit, alstublieft.’

 ‘Honderd?’ zegt de boer. ‘Kom mār mee.’

In het schemerdonker van de schuur blijft een verdwaalde pluk hooi aan haar schoen haken. Nijdig schudt ze hem af. De schuur wemelt van de spinnenwebben, zwaar en grauw van het door de jaren heen verzamelde stof. Tegen een wand staan twee manshoge kasten te gonzen, ernaast een afgebladderde formicatafel met groen marmermotief. Ze veegt haar haren achter haar oren en luistert aandachtig. Ze hoort het brommen van de broedmachines en het geklepper van de klompen.

De boer draait de deur van een broedmachine op een kier en inspecteert de inhoud. Hij trekt de deur wagenwijd open, geel licht en een bedompte warmte vallen over haar heen. In de kast hangen tientallen platen vol doezelende kuikens. De wezentjes zitten dicht op elkaar gepakt als af te bakken bolletjes in een bakkersoven. Ze schrikken wakker en schudden hun kopjes zo snel heen en weer dat hun snaveltjes even wazig worden. Ze komen overeind en honderden zwarte kraaloogjes staren haar aan.

Zo schattig.

Schuiven naar boven